Roel Buitenwerf en Wim-Heerke Spronk, op zoek naar bouwkansen. Foto: Eran Oppenheimer.
Bron: Cobouw, 30 maart 2026 – Marc Doodeman.
Twee ondernemers die een vorig avontuur met fabriekswoningen zagen mislukken, brengen een nieuw, houten woningconcept op de markt. Deze keer kan het volgens hen niet misgaan, omdat ze een grote, ervaren fabrikant gevonden hebben die de huizen gaat maken. “Kleine fabrieken hebben gewoon weinig toekomst.”
Welke gek begint er vandaag nog een nieuwe onderneming met fabriekswoningen? Homes Factory is het jongste slachtoffer dat het niet redde. Startblock ging eind vorig jaar ten onder en grote woningfabrieken als die van Van Wijnen, BAM en Plegt-Vos lopen stroever dan verwacht.
Toch zijn ondernemers Wim-Heerke Spronk en Roel Buitenwerf goed geluimd. Misschien wel omdat ze door schade en schande weten hoe het niet moet. Ze werden een jaar voor de ondergang van Startblock erbij gehaald om het tij te keren. Maar er was al geen houden meer aan voor de woningfabriek uit Emmeloord. Ondanks de bittere nasmaak, bleven ze begeesterd om iets te betekenen met biobased woningen.
“Het laat ons niet los”, zegt de Groninger Buitenwerf, die ook projectontwikkelaar is. “Er is zo’n behoefte aan woningen en het is zo’n mooi product. En de mensen die erin wonen, die zijn zo ontzettend blij”, treurt hij nog om het faillissement. Spronk en Buitenwerf wilden door, want opdrachtgevers bleven roepen: en wat nu?
VDL De Meeuw
Buitenwerf: “Misschien zijn wij gewoon te ondernemend. Of kunnen we niet goed tegen ons verlies, ik weet het niet.” Spronk: “We zijn er nog niet klaar mee. Het kan toch waar zijn dat die woningen er niet komen.” Ze hebben een hele hoop dingen geleerd, zegt Spronk, en zijn “intrinsiek gemotiveerd” om nu wel te slagen.
Daarvoor moet er wel iets wezenlijk veranderen: daarom komt er geen nieuwe woningfabriek. Ze hebben gezien dat de meeste woningfabrieken nog niet eens op halve kracht draaien. Daarom klopten ze begin dit jaar aan bij een grote ervaren woningmaker, waarmee ze een aantal jaren geleden al een keer hadden gesproken: VDL De Meeuw. Dat bedrijf maakt in zijn productiestraten graag ruimte voor concepten van buiten, bevestigt Bram van Rijt, directeur van VDL De Meeuw.
Green Structures Group gaat het nieuwe bedrijf van Spronk en Buitenwerf bedrijf heten. De door hen bedachte woningproducten noemen ze Core (basiswoning voor een- en tweepersoonshuishoudens), Care (zorgwoning) en Senior (seniorenwoning). VDL De Meeuw neemt geen belang in het bedrijf maar wordt co-maker. Green Structures Group gaat de woningen verkopen.
Houtskeletbouw
Architecten hebben de woningconcepten voor de twee ondernemers uitgetekend en VDL De Meeuw heeft de woningen uitgeëngineerd, waardoor het goed te produceren is op de bestaande productielijnen in Oirschot. Dat resulteert in modulaire rug-aan-rugwoningen opgetrokken van houtskeletbouw en bestaande uit 85 procent uit biobased materialen.
Impressie van de nieuwe huizen van Green Structures Group. Afbeelding: Green Structures Group
Vooraanzicht van een van de nieuwe woningconcepten. Afbeelding: Green Structures Group
Uiterlijk hebben de nieuwe woningen wel wat weg van de Startblockwoning, dat ook een rug-aan-rugconcept is. De naam van hun oude bedrijf gaan de twee ondernemers uit de weg, al zeggen ze wel dat de oorspronkelijke ondernemers van Startblock en zij van elkaar weten wat ze doen en elkaar succes gunnen. “Maar onze woningen zijn dusdanig anders qua maatvoering, materialisatie, wijze van produceren en transport”, zegt Buitenwerf .
“We hebben geleerd. De maten kunnen variëren en logistiek wordt het allemaal wat handiger en ook goedkoper”, dan bij Startblock het geval was. Die woning is altijd drie lagen en moet op zijn rug in de nacht worden vervoerd. “Bij onze woningen is er geen gedoe met grote vrachtwagens en grote kranen op drassige bouwplaatsen. Heel fijn is dat onze rug-aan-rugwoningen constructief in staat zijn om vier tot vijf lagen te dragen. Als er een laag tussen of tussenuit moet, kan dat.”
Tafellaken
Vooral dat de woningen “powered by VDL” zijn geeft de ondernemers vertrouwen. “Kleine fabrieken hebben gewoon weinig toekomst, want het is zo kapitaalintensief”, is de overtuiging van Buitenwerf. “Voor het servetje is eigenlijk geen ruimte. Je moet een tafellaken zijn en een dusdanige omvang en schaal hebben om mee te kunnen doen. Dat hebben we zelf ook ervaren. We zijn blij dat we geen fabriek meer aan onze fiets hebben hangen”
De twee ondernemers geloven inmiddels dat in de toekomst een beperkte groep grote woningfabrieken voor meerdere conceptontwikkelaars, ontwikkelaars en aannemers woningen produceren. “Wij hebben wel geleerd dat iedereen moet doen waar hij goed in is”, zegt Spronk.
De ondernemers mikken erop dat eind van het jaar de eerste woningen staan. In Duitsland zijn er concrete opdrachten voor een paar honderd woningen. In Nederland, waarin het binnenhalen van opdrachten “heel stroperig” gaat, lopen gesprekken met woningcorporaties voor tientallen woningen.
Duizend
Alle reden voor optimisme bij de ondernemers. Hoeveel woningen ze over vijf jaar denken te maken? Buitenwerf: “Als ik de huidige aantallen een beetje doortel en de contacten in Duitsland bekijk, denk ik: als we tussen de vijfhonderd en duizend woningen per jaar plaatsen is dat weinig.”
Lees het artikel op Cobouw.nl: Deze nieuwe houten rug-aan-rugwoning gaat het volgens de bedenkers wél maken