Biobased bouwen bij VDL De Meeuw begint bij Mark

“Daar is Mark al sinds 2008 mee bezig, daarom lopen jullie nu voorop in biobased bouwen”. Die opmerking kwam van een relatie tijdens een sessie over de toepassing van ‘lokaal geteelde’ biobased bouwmaterialen in de modulaire gebouwdelen van De Meeuw. Ik wist een klein beetje waar collega Mark van de Ven mee bezig was, maar deze opmerking wekte mijn nieuwsgierigheid. Wat inspireerde Mark 18 jaar geleden om zich zo sterk op duurzamer bouwen te richten? Waar komt die motivatie vandaan?

Post Mark BIOBASED uitgelichte afbeelding

‘Duurzame opties doorontwikkelen tot de beste keuze‘


Mark gaat terug in de tijd: “Begin jaren negentig ging ik met mijn vrouw terug naar Saas Grund in Zwitserland. Daar bleek dat de plaatselijke gletsjer in slechts twee jaar tijd 50 meter kleiner was geworden. Een echte wake-up call. Toen ontstond bij mij het idee dat bouwen niet alleen duurzamer kon, maar ook moest.

Halverwege de jaren negentig was er bij De Meeuw een klimaat ontstaan waarin ruimte was om op zoek te gaan naar meer duurzame oplossingen in modulair bouwen. Er kwam een bewustzijn dat grondstoffen opraken en Mark ging op zoek naar duurzame alternatieven: “Dat gaf ruimte om te gaan innoveren met processen, technieken en dus ook met materialen. Om daarin de juiste keuzes te maken wilden we materialen kunnen beoordelen op kwaliteit, efficiëntie én op milieubelasting. Maar hoe?”

NIBE


In die tijd richtte professor dr. ir. Michiel de Haas het Nederlands Instituut voor Bouwbiologie en Ecologie (NIBE) op en publiceerde de eerste uitgave van de ‘Milieuclassificatie voor Bouwmaterialen’. Daarmee werd duurzaamheid in de Nederlandse bouwsector voor het eerst meetbaar. Dat was wel een hele andere tijd volgens Mark: “Het waren omvangrijke boekwerken die jaarlijks verschenen. Vrijwel alle beschikbare bouwmaterialen stonden erin vermeld: van constructiestaal en bakstenen tot dakbedekking, isolatie en gevelbekleding. Ze werden beoordeeld op grondstofgebruik en -hergebruik, maar ook op toepassing, energie en transport. “Alleen de kolommen die wij gebruikten voor onze modules stonden er niet in. Dus gingen we zelf op zoek naar hoe we keuzes op basis van duurzaamheid konden maken.” Sinds 2003 is de informatie digitaal beschikbaar via de Nationale Milieu Database (NMB).

Leidraad voor duurzame keuzes


Om de implementatie van duurzame materialen, technieken en vooral processen rendabel te maken en te houden, is het zaak om stap-voor-stap de juiste keuzes te maken. En om daar leveranciers, opdrachtgevers en onderaannemers bij te betrekken. Dan is het echt ingebed in de ontwikkeling, het productieproces én in de organisatie.

Mark legt uit: “Daardoor kunnen we niet alleen duurzame materialen toepassen, maar zelfs ‘lokaal geteelde’ biobased materialen in samenwerking met de agrarische sector en materiaalfabrikanten. Zo kunnen we ‘duurzaamheid in de breedte’ toepassen: in alles kiezen we voor de beste, duurzamere keuze. Dat geldt ook voor ‘randzaken’. Denk bijvoorbeeld aan kwalitatief hoogwaardig beton van hergebruikt granulaat, met zo min mogelijk cement en zo droog mogelijk aangeleverd via elektrische transportmiddelen. Je minst duurzame bouwcomponent in de meest duurzame variant met minimale CO2 belasting. Ook daar is veel winst te behalen.”

Tijd is een onderschatte milieufactor


Verduurzaming zit niet alleen in materialen, maar ook in het proces: tijd is daarbij een onderschatte factor. Industriële bouw levert een significante winst in tijd op. Dat zit ‘m in een planbaar productieproces in de fabriek, beperkte duur van impact op en om de bouwlocatie, minder transportbewegingen van mens en materieel en minder noodzaak voor tijdelijke voorzieningen. Deze opgetelde tijdwinst vertaalt zich in minimaliseren van CO2- en stikstofuitstoot.

IMG_5857_BEW

Van links naar rechts: Mark van de Ven (VDL De Meeuw), Harold van de Ven (Building Balance), Catharina Bieringa en Bram van Rijt (VDL De Meeuw) en Rob Bogaarts (Building Balance) na de ondertekening van de ‘Commitment Toepassing Biobased Bouwmaterialen’ (CTBB)

Vergroenen vraagt om een intrinsieke motivatie


Dit krijg je alleen voor elkaar als je als organisatie een intrinsieke motivatie voelt om te vergroenen, in alles. Dan is het niet alleen realistisch, maar ook commercieel toekomstbestendig. Alleen dat hebben veel bedrijven lang niet gezien en die moeten nu nog beginnen aan een inhaalslag. Maar volgens Mark is zelfs een grote voorsprong niet vanzelfsprekend toekomstbestendig: “Het voor ons ook belangrijk dat de sector mee gaat hierin. Doordat we industrieel, modulair bouwen hebben we een snel en slim antwoord op de urgentie in de nieuwbouw, maar de noodzaak van verduurzaming in de bouw zullen we samen het hoofd moeten bieden. ‘Groener bouwen’ vraagt om een andere waardering van duurzaam vastgoed in de markt: als we dit voor elkaar willen krijgen zullen verzekeraars, banken en investeerders hierin mee moeten gaan.”